Nieuws

Pas op voor de eikenprocessierups!

“Opgelet: eikenprocessierupsen” stond voorgaande zomers op heel wat waarschuwingsborden bij de ingang van parken en bossen. De eikenprocessierupsen zijn ook dit jaar weer in grote groepen aanwezig in natuurgebieden en woonwijken. De rups is ongevaarlijk voor mensen, maar de brandharen van de eikenprocessierupsen kunnen voor veel overlast en gezondheidsklachten zorgen. Zo’n 15% van de rupsen bereikt momenteel het vierde larvenstadium waarin ze de beruchte brandharen ontwikkelen.

Meeste overlast verwacht in juli

Doordat het in april en mei aan de koude kant was komt de eikenprocessierups dit jaar laat tot ontwikkeling. De overlast begint naar verwachting in juni en zal dit jaar in juli het grootst zijn. Dit is weken later dan het voorgaande jaar waar we een zachte winter hadden. Het is nog niet duidelijk of de kou ook effect heeft op de hoeveelheid eikenprocessierupsen. Bekijk hier op welke plekken de rupsen al zijn gesignaleerd.

eikenprocessierups met zichtbare brandharen op de rug

Van eitje tot nachtvlinder

De meeste eikenprocessierupsen bevinden zich momenteel nog in de eerste twee larvestadia. Dit komt doordat de eikenbomen dit jaar later blad krijgen, waardoor de eitjes van de nachtvlinder (Thaumetopoea processionea) later uitkomen. De larven gaan ’s nachts op zoek naar voedsel. Dit doen ze door in een grote groep in ‘processies’ vanuit de nesten op pad te gaan naar eikenbladeren. Overdag zitten de rupsen dicht bij elkaar tegen de stam in een spinsel waar ze later ook verpoppen. De beruchte brandharen krijgen ze pas nadat ze een aantal keer zijn verveld. Vanaf het derde larvenstadium ontwikkelen ze circa 700.000 brandharen. Na een aantal vervellingen zijn de rupsen volgroeid en verpoppen ze zich tot vlinder. De vlinders hebben geen brandharen, maar de overlast van de brandharen blijft niet beperkt tot de rupsperiode van de nachtvlinder. Dit komt doordat de brandharen zich door de wind verspreiden en zes tot acht jaar actief blijven.

Overlast van de brandharen

Individuele brandharen zijn nauwelijks met het blote oog te zien. Ze zijn slechts 0,2 tot 0,3 mm lang en laten in de vervelfase makkelijk los, waarna ze door de wind worden verspreid. Omdat eikenprocessierupsen in grote groepen leven zorgt dit voor veel brandharen en dus meer overlast. De pijlvormige brandharen hebben weerhaakjes die de huid, ogen en bovenste luchtwegen kunnen binnendringen. Daarbij komen stoffen vrij die een reactie oproepen en die lijken op een allergische reactie. Het gevolg is dat er huiduitslag, jeuk, irritatie aan de ogen en aan de luchtwegen kan ontstaan. Bekijk hier bij welke klachten je het beste contact op kunt nemen met een arts.

4 maatregelen tegen de eikenprocessierups

Voorkomen is beter dan genezen. Met onderstaande tips beperk je het risico om in contact te komen met brandharen.

  • Koolmezen, sluipvliegen en sluipwespen zijn de natuurlijke vijanden van eikenprocessierupsen. Verwelkom deze beestjes in je tuin door nest- en insectenkastjes op te hangen.
  • Bel een professionele bestrijder om op de juiste wijze de eikenprocessierups te bestrijden. Het wordt niet aangeraden om dit zelf te proberen omdat de kans groot is dat je in contact komt met de brandharen. De brandharen kunnen zich ook verspreiden wat voor meer overlast zorgt. Staan de bomen met nesten langs een gemeenschappelijke weg? Informeer dan bij de gemeente of zij maatregelen kunnen nemen.
  • Zodra de rupsen ontpopt zijn tot vlinders is het acute gevaar geweken. Als er in de tuin of in de buurt eikenbomen zijn, sluit dan in de vervelfase van de rups zoveel mogelijk je ramen en deuren.
  • Probeer direct contact met (oude) brandharen, rupsen en spinselnesten zoveel mogelijk te voorkomen. Bedek je hals, armen en benen en draag een zonnebril. Beperk het zitten in bermen of gras omdat (oude) brandharen daarnaartoe gewaaid kunnen zijn.

Bastaardsatijnrups

Er komen in Nederland meerdere soorten rupsen voor met brandharen die voor irritatie en allergische reacties kunnen zorgen. De bastaardsatijnrups is daar een voorbeeld van. Deze rupsen leven voornamelijk in kustgebieden en nesten zich in bomen en heesters. Niet alleen mensen, maar ook dieren hebben last van de brandharen van deze rups. De meeste overlast is te verwachten in de maanden juni en juli, maar huidklachten kunnen het hele jaar optreden door contact met achtergebleven haren in nesten. Deze haren worden vervolgens door de wind verspreid. De brandharen van de bastaardsatijnrups kunnen voor rode huiduitslag met bulten en blaasjes en hevige jeuk veroorzaken. In sommige gevallen zorgen de brandharen voor irritatie van de ogen, een droge keel of ademhalingsproblemen.

Wat te doen als je brandharen hebt opgelopen?

Ondanks preventieve maatregelen kan je huid toch in aanraking komen met de brandharen van rupsen. Brandharen kunnen namelijk 50 tot 100 meter worden meegenomen door de wind, waardoor je ook een risico loopt op contact met brandharen als je niet in de buurt van een eikenboom bent geweest. Wanneer je huid in aanraking komt met de brandharen kun je deze het beste van je huid of kleding halen met plakband en de ogen spoelen met lauw water. Ga in geen geval wrijven of krabben. De weerhaakjes hechten zich dan nog meer aan de huid waardoor het verwijderen van de haren lastiger wordt en de jeuk verergerd. Het is een uitdaging om de brandharen van je kleding te krijgen. Toch is het belangrijk om dit te doen om herhaalde blootstelling aan de haren te voorkomen. De kleding moet daarom grondig gewassen worden, het liefst op 60 graden Celsius.

Nadat je de brandharen van je huid hebt verwijderd kun je de geïrriteerde huid behandelen met Care Plus® Insect SOS gel. Deze gel op basis van natuurlijke ingrediënten werkt verzachtend en verzorgend en verlicht de jeuk en irritatie. De gel is geschikt voor kinderen vanaf 2 jaar en volwassenen.